Schaatsen kent meerdere vormen. Het bekendst is ongetwijfeld het hardrijden op de langebaan. Tegenwoordig gebeurt dat op een standaardbaan (meestal 400 m), bestaande uit twee gescheiden schaatsbanen met elk een breedte van tenminste vier meter (liefst vijf), en bochten van 180 graden, waarbij de binnenbocht een straal heeft van tussen de 25 en 26 meter. De zijkanten van de schaatsbaan werden vroeger gemarkeerd door een sneeuwrand, maar die is inmiddels vervangen door een rij rode blokjes.
In de wedstrijden rijden er steeds twee schaatsers tegen elkaar. De keuze van de tweetallen wordt bepaald via loting. Er wordt geschaatst tegen de wijzers van de klok in, d.w.z. dat de binnenkant van de baan links van de rijder is. De deelnemers wisselen op de kruising steeds van baan, zodat ze bij elke volle ronde dezelfde afstand rijden.
Het langebaanschaatsen kent wedstrijden over verschillende afstanden, zowel voor dames (meisjes) als heren (jongens). Welke afstanden gereden worden hangt mede af van de wedstrijd zelf en de categorie en het prestatieniveau van de schaatser. Het meest bekend zijn de 500, 1000, 1500, 3000, 5000 en 10.000 meter. Bovendien worden er regelmatig supersprintwedstrijden verreden. Hierbij zijn de afstanden: 100 en 300 meter. Jongere schaatsers rijden vooral de kortere afstanden (100, 300, 700).

Om een langere afstand, bijvoorbeeld de 1500 meter, te mogen rijden, moet je eerst op een kortere afstand een bepaalde leeftijdsgebonden limiet rijden.
Op de Vechtsebanen In Utrecht worden de langebaanwedstrijden gehouden op de dinsdagmiddag, zaterdagavond en zondagmorgen- en avond. SVO-schaatsers kunnen, naast de wedstrijden In Utrecht, ook deelnemen aan open wedstrijden in het land, zoals in Heerenveen en Enschede. De beter presterende schaatsers kunnen zich via regionale wedstrijden plaatsen voor gewestelijke en landelijke wedstrijden en kampioenschappen. Ieder schaatsseizoen organiseert SVO de clubkampioenschappen in diverse leeftijdscategorieën op de Vechtsebanen in Utrecht.
De meest talentvolle schaatsers krijgen extra ijsfaciliteiten (speciaal trainingsuur op de Vechtsebanen) en/of kunnen worden geselecteerd voor regionale of gewestelijke teams. Zo maakt SVO-schaatsster Tessa van der Neut deel uit van de C-klas, een talententeam van de Utrechtse kunstijsbaan. Cindy Vergeer zit in het gewestelijke team van Noord-Holland/Utrecht, zij nam diverse keren deel aan nationale kampioenschappen. Bij de heren is de Hekendorper Huib van Wijngaarden de beste schaatser.
Masters (de oudere schaatsers) kunnen ook deelnemen aan wedstrijden van het Master Circuit Langebaan Nederland. Kees Verdouw is veelvoudig Nederlands en Wereldkampioen bij de masters, Lettie Zwanenburg betreedt bij de dames met regelmaat de nationale en internationale podia.
SVO organiseert jaarlijks trainingskampen voor de langebaanschaatsers. In de voorbereiding op het winterseizoen wordt er gefietst in Limburg, ’s winters worden er kampen gehouden op Nederlandse banen (Enschede, Hoorn) of in het buitenland (Inzell).